Notice: Trying to get property of non-object in /home/landschap/domains/landschapsgeschiedenis.nl/public_html/deelgebieden.php on line 38
Landschaps Geschiedenis

Foto's

 (Klik op een foto om te vergroten)
Tolbertervaart
Celtic Field Zeijen
Gasterse duinen
Bloemrijk hooiland
beuk in de tuin van het Iwemasteenhuis
Jonkersweg
Grafheuvel op Noordse veld
Kerkhof van Roderwolde
Zwartendijksterschans
gedempte Tolbertervaart
Photos provided by Panoramio. Photos are under the copyright of their owners.

Introductie

Auteur: Gerben de Vries 

Noordenveld is een oud zandgebied van uitlopers van de Hondsrug, met venen en moerassen daartussen. De Drentsche Aa in het oosten en allerlei diepjes kronkelen zich noordwaarts naar Groningerland. De kernbewoning vindt plaats in enkele dorpen als Eelde, Norg, Vries en Roden, terwijl er veel gehuchten zijn. De meeste boerderijen bevinden zich nog steeds in deze dorpen en gehuchten.


Norodenveld grenst in het noorden aan de deelgebieden Westerkwartier en Middag-Humsterland. In het westen liggen de Friese gemeente Opsterland en het Drentse deelgebied Smildervenen. In het zuiden ligt het deelgebied Rolderdingspil en in het oosten de deelgebieden oostermoer en Gorecht.
Woldzigt

Kenmerken en Bijzonderheden

  • Essenlandschap
  • Beekdallandschap (Drentsche A. Peizerdiep, Eelderdiep)
  • Heideontginningslandschap (Foxwolde, Roderwolde, Peizerwold, Paterswolde)
  • Rationele Heideontginningslandschap (Zeijerveen)
  • Esdorpen op uitlopers van de Hondsrug (Rolderrug etc)
  • Brinken en brinkrestanten in vrijwel alle esdorpen en esgehuchten (Bunne, Oudemolen, Taarlo, Tynaarlo, Vries, Yde, Zeegse, Zeijen en Norg, Een, Langelo, Peest, Westervelde en Zuidvelde)
  • Eikenlanden en zandwegen (driften) vanuit diverse dorpen
  • Houtwallen (onder andere Steenbergen)
  • Hallehuis- of Saksische oerderijen , kop-hals-rompboerderijen (Friese type)
  • Drentsche Aa (met lokale benamingen)
  • Kleinere natuurlijke waterlopen (diepjes)
  • Natuurgebieden (onder meer de Negen Bergen bij Noordscheveld, Zuursche duinen bij Steenbergen, Steenbergerveld, Langeloërduinen, Mensingebosch bij Roden)
  • Noord-Willemskanaal
  • ‘Oerbos’ Norgerholt (25 ha, Natuurmonumenten)
  • Hunebedden: Tynaarlo, Zeijen en Norg-Westervelde
  • Schans: Zwarendijksterschans
  • Noordelijk deel van het Nationaal Park Drentsche Aa (2002)
  • Groningen Airport Eelde
  • Hitlerring te Peest (deel ongebruikt Duits vliegveld Tweede Wereldoorlog)
  • Watersportbedrijf Paviljoen Meerzicht (Matsloot)
  • Recreatiecentrum Ronostrand (Leekstermeer)
  • Onderaardse gasopslag en NAM-complex Langelo
  • Havezaten; Landgoederengordel Eelde-Paterswolde; Mensinge te Roden. Veder onder meer Huis ter Hansouwe bij Peize en het Nijsinghuis te Eelde
  • Contouren Waterburcht Eelde
  • Kerkdorpen Eelde-Paterswolde, Roden, Norg, Vries
  • Kloosterterrein: Bunne

Landschapsopbouw

Het Noordenveld wordt gevormd door westelijke uitlopers van de zandige Hondsrug, gevormd door de Rug van Zeegse en ten noorden daarvan de parallelle rug van Tynaarlo, de rug van Rolde en de rug van Zeijen. Ten noorden van deze ruggen lagen oorspronkelijk vochtige broeklanden. De hoogte loopt af van 11 m bij Zeijen en 10 m bij Vries/Tynaarlo naar beneden N.A.P. in de Peizer- en Eelder Maden en benoorden Foxwolde/Roderwolde. Het gebied wordt doorsneden door enkele beken, zoals van oost naar west de Drentsche Aa (met haar vele lokale benamingen), het Eelderdiep en het Peizerdiep (in het zuiden Groote Diep en Oostervoortsche Diep). Tussen Eeldediep en Drentsche Aa werd in de 19e eeuw het Noord-Willemskanaal gegraven.

Van oudsher liep er een zandweg tussen Groningen en Meppel/Zwolle. Ongeveer op deze locatie loopt nu de A28 tussen dezelfde steden. Even ten oosten daarvan ligt de spoorweg tussen Groningen en Assen/Zwolle. Behalve de snelweg wordt deelgebied Noordenveld doorkruist door een aantal secundaire wegen. Die van Roden over Norg naar Bovensmilde gaat van noord naar zuid. Voorts zijn er doorgaande wegen van Roden over Peize naar Donderen en Vries/Tynaarlo en verder naar Zuidlaren en eentje van Norg over Donderen naar Yde/De Punt. Tussen de verschillende nederzettingen liggen bovendien talloze verbindingswegen.

Bij Norg en Zeijen liggen nog enkele aaneengesloten akkerbouwgebieden. Voor het overige wordt in Noordenveld vooral veeteelt bedreven. Door de diverse ruilverkavelingen is vooral tussen Roden, Peize,, Eelde in het noorden en Norg en Vries in het zuiden een coulisselandschap ontstaan. Tussen Roden, Een en Norg liggen belangrijke boscomplexen, terwijl ten oosten van Eelde en Zeegse/Oudemolen kleinere bossen liggen. Heide-en veenrestanten zijn te vinden in Bunnerveen en het Noordsche Veld. Ten zuidoosten van Eelde ligt Groningen Airport Eelde.

Indeling

Het Noordenveld beslaat het grootste deel van de gemeenten Noordenveld en Tynaarlo, alsmede in het zuiden een klein deel van de gemeente Assen. De gemeenten Noordenveld en Tynaarlo zijn in 1998 ontstaan uit de vroegere gemeenten Leek en Norg en Eelde en Vries.

Het gebied maakt sinds 2000 deel uit van de waterschappen Noorderzijlvest en, ten oosten van het Noord-Willemskanaal, Hunze en Aa’s. Dit zijn de rechtsopvolgers van onder meer de waterschappen Noorderveld en Drentse Aa en Hunze en Aa.

Het Provinciaal Omgevingsplan van de provincie Drenthe (2004)  rekent Noordenveld tot deelgebied Noordwest

Woonkernen

Altena, Bunne, Donderen, Eelde, Eelderwolde, Een, Een-West, Foxwolde, Lieveren, Norg, Oudemolen, Peest, Peize, Peizerwolde,, Roden, Roderesch, Roderwolde, Steenbergen, Taarlo, Ter Aard. Tynaarlo, Ubbena, Vries, Westervelde, Winde, Yde, Zeegse, Zeijen, Zuidvelde.
Overstrooming van het Eelderdiep nabij de Peizermaden (www.toonbeeldbank.nl)
www.toonbeeldbank.nl/ Frans de Vries

Landschapsgeschiedenis

Geologie

Noordenveld is een oeroud landschap. De bodem werd gevormd tijdens de diverse ijstjjden van het Pleistoceen, 2,3 miljoen jaar tot 12.000 jaar geleden. Vooral de voorlaatste tijd, het Saalien, was een belangrijke periode. Heel Drenthe was overdekt met landijs, terwijl onder het ijs en aan de randen de bodem werd uitgeschuurd door grond- en zijmorenen. Hierdoor werd veel zand, leem en keien meegevoerd uit andere landstreken. Tegen het einde van deze ijstijd zocht het smeltende ijs zich een weg naar het noorden en door de erosie van het stromend water ontstonden beekdalen. Na de ijstijden kwam er na 12.000 v.Chr. met het Holoceen een warmere periode. Noordenveld ligt op de grens tussen het Drents Plateau en het Groninger kwelderlandschap. Daardoor liggen in het zuiden keileemgronden en potklei, terwijl in het noorden laagveen overheerst. Dit ontstond in de periode tot aan het begin van de jaartelling. De bewoners, voorheen jagers en verzamelaars, begonnen zich te vestigen op de zandruggen van Noordenveld, in het zuiden de rug van Zeegse, ten noorden van west naar oost de rug van Tynaarlo, de rug van Rolde en de rug van Zeijen.

Vroegste bewoning

Vanaf ongeveer 10.000 v.Chr. maakten jagers en verzamelaars plaats voor landbouwers. Die hadden behoefte aan permanente bewoning. Zo ontstonden de eerste nederzettingen, die aanvankelijk uit slechts enkele boerderijen bestond. Van de grote zwerfkeien die na de ijstijden op het Drents Plateau waren achtergelaten, maakten de Drenten vooral op de Hondsrug en de uitlopers daarvan hunebedden. Deze werden tussen 3500 en 2000 v.Chr. als grafkamers gebouwd door het volk van de Trechterbekercultuur. In Noordenveld staan er nog drie, bij Zeijen (D5), Tynaarlo (D6) en Westervelde (D2) De laatste ligt dicht bij het ‘oerbos’ Norgerholt. Dit is een van de oudste bossen van Nederland. De oudste bomen zijn weliswaar slechts 150 jaar oud, maar de bosrestanten in de bodem werden uit de 8ste of 9de eeuw gedateerd. Mogelijk lag hunebed D2 dan ook in een ‘heilig bos’ van de oer-Drenten. In het zuiden van Noordenveld zij op het Noordsche Veld bij Zeijen zogeheten celtic fields gevonden. Deze raatakkers stammen uit de 7de eeuw voor Christus tot het begin van de jaartelling en zijn de best bewaarde van Nederland. Hierbij behoren ook ongeveer 120 grafheuvels, die uit de Late Steentijd, Bronstijd en IJzertijd stammen, waarbij één graf aan de rand van een pingoruïne (het Witteveen) ligt. Het Meisje van Yde werd aan het slot van deze periode in een veentje ten zuiden van Yde om het leven gebracht, waarschijnlijk als een offer aan de goden. Teruggevonden in 1897, werd in 1994 een gezichtsreconstructie van haar gemaakt. Zij is nu het bekendste veenlijk van Nederland.

Middeleeuwen: de kerstening van Noord-Drenthe

Het volk of de stammen die ten tijde van de celtic fields en het offer van het Meisje van Yde in Noord-Drenthe leefden waren Germaans en aanbaden Germaanse goden. In de 8ste eeuw kwamen voor de eerste maal christelijke, rooms-katholieke missionarissen naar het noorden van het land. RoderwoldeVanuit Groningerland bereikten zij ook Drenthe. Rond 780 trok de Engelse zendeling Willehand vanuit het Groningse Humsterland verder naar Noord-Drenthe. Hier werd nog voor 800 de eerste houten kerk gebouwd in Vries. Vries werd de oerparochie van Noord-Drenthe en later ook de hoofdplaats van het rechtsdistrict of dingspil Noordenveld, waar vergaderingen en goorspraken werden gehouden.

Vanuit Vries ook werden in de 11e en 12e eeuw dochterparochies gesticht in Eelde, Norg, Roden en Roderwolde. In deze plaatsen werden ook kerken gesticht, eerst houten en later stenen godshuizen. De andere nederzettingen ontwikkelden zich niet tot kerkdorp. Vandaar het merkwaardige fenomeen – ook bekend in Westerkwartier en de aangrenzende Friese Wouden - van de grote parochies met maar een enkele kerk. Vanuit de esgehuchten en andere kleine nederzettingen leidden kerk- en reewegen naar de hoofdplaatsen, want doop en kerkgang en na de dood een christelijke begrafenis vormden een essentieel onderdeel van het christelijk geloof. Vandaar dat ook alleen in de hoofddorpen bij de kerken begraafplaatsen in en rond de kerk werden aangelegd.

In Drenthe werd in tegenstelling tot Friesland en Groningerland slechts enkele kloosters gebouwd. In deze kustprovincies gebeurde dat vooral nadat bij de zee nieuwe gronden waren ingedijkt en verder in de grote veenmoerassen. In Noordenveld werd alleen bij Bunne een commanderij van de Duitse Orde gesticht. Op de plaats staat nu een Hallenhuis- of Saksische boerderij. Dat Eelde militair van belang was blijkt uit de aanwezigheid van de zogeheten waterburcht.

Nieuwe tijd: boeren en adel (1500-1800)

Ook na de Middeleeuwen gingen de ontginningen door, waardoor een aantal nieuwe nederzettingen ontstond. De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) was funest voor Drenthe, omdat het jarenlang strijdtoneel tussen de Spaanse troepen en die van Oranje-Nassau (de ‘Staatsen’) waren. Eenderde van de bevolking kwam om en er waren zeer veel verlaten hoeven en erven. Pas tegen het einde van de 17e eeuw herstelde de bevolking zich weer. Zij waren na 1600 gedwongen het rooms-katholieke geloof af te zweren ten gunste van het calvinistische protestantisme. De gereformeerden, zoals zij zich toen noemden, gebruikten wel de oude in Romaanse of gemengde Romaans-Gotische stijl opgetrokken kerken van Noordenveld. Het klooster van Bunne werd afgebroken.

In deze eeuwen heerste er een institutioneel machtsvacuüm in Drenthe. In de andere gewesten van de Zeven Verenigde Nederlanden werd de primaire macht uitgeoefend door de stadhouder, die daarbij op plaatselijk niveau de hulp van de elite inriep. In Groningen en Friesland had elk dorp minimaal een en vaker meer edelen, die hun macht demonstreerden door de bouw van borgen en stinzen. In Drenthe was de drost de hoogste vertegenwoordiger van de stadhouder, maar lang niet overal was adel en waren havezaten aanwezig. Drenthe werd dan ook wel gekenschets als een serie boerenrepubliekjes. In Noord-Drenthe was dat bijvoorbeeld het geval bij de parochies Vries en Norg. In Noordenveld waren wel havezaten te vinden in Eelde-Paterswolde (Oosterbroek en Ter Borch), Roden (Mensinge) en Peize (Huis te Peize). De adel die hier al vanaf de Middeleeuwen woonde had dikwijls een connectie met de stad Groningen, via familie- of zakelijke relaties. Tussen 1600 en 1800 kwamen er in Eelde-Paterswolde nog diverse landgoederen van welgestelde burgers bij. Te noemen zijn Vennebroek, De Braak, Lemferdinge.

Agrarische hoogconjunctuur (1800-1950)

In vergelijking met de kusstreken van Groningen en Friesland was de landbouw in Drenthe en ook Noordenveld weinig gespecialiseerd. Het waren gemengde bedrijven, waar ‘de eeuwige roggeteelt’ als akkerbouwproduct alleen mogelijk werd gemaakt door de verzamelde mest van koeien- en vooral schaapskudden. Alleen in het noorden van Noodenveld werd voornamelijk veeteelt bedreven. De hopteelt in vooral Peize en Eelde was na 1800 alweer verleden tijd. De markescheidingen midden 19e eeuw hadden vooral tot doel de gemeenschappelijke heidevelden te privatiseren, opdat deze ‘woeste grond’ werd ontgonnen ten behoeve van de akkerbouw. Met de aanleg van het Noord-Willemskanaal (gereed in 1861) en de spoorweg tussen Meppel en Groningen (1870) konden de landbouwproducten in principe naar de markt worden afgevoerd. De overschotten waren evenwel door een gebrek aan mest en vooral kunstmest zo gering, dat deze infrastructuur in dat opzicht niet voldeed. Met andere woorden: er was niet genoeg aanbod van landbouwproducten, zonder dat Drenthe overigens geheel autarkisch was.

De veranderingen begonnen even voor 1900. Deze werden vooral veroorzaakt door de geweldige ontwikkeling van de coöperatie in Drenthe. Boeren vormden coöperaties om fabrieksmatig zuivelproducten te vervaardigen, om zaaizaad en kunstmest te kopen. Later kwamen er ook coöperaties voor dorsverenigingen, voor melkcontrole en boerenleenbanken. Vooral het aantal zuivelfabrieken was indrukwekkend. Alleen al in de gemeente Vries waren het er acht (Vries, Ter Aard, Zeijen, Donderen, Bunne, Yde, Oudemolen en Tynaarlo. In de gemeente Eelde was er maar eentje, in hoofddorp Eelde zelf. In de gemeente Norg stond er een zuivelfabriek in Een, terwijl in Roden al voor 1900 een grote stoomzuivelfabriek werd opgericht. De meeste kleine handkrachtfabriekjes fuseerden tussen 1900 en 1920 en zo bleven er in Vries alleen in Vries en Bunne fabrieken over. In de hoofdplaatsen van de gemeenten – in de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) ontstaan - verrezen tevens overal boerenleenbanken. Vanaf 1910 werden in Noord-Drenthe grote landbouwtentoonstellingen gehouden, die sinds 1920 werden georganiseerd door de Tentoonstellingsvereniging Noordenveld. Deze bleef bestaan tot 2010.

Door het toenemend gebruik van kunstmest steeg de gemiddelde welvaart van de agrariërs in Noordenveld. Dit uitte zich niet meteen, zoals in grote delen van Groningen, in de bouw van zeer grote Oldambster- en villa-boerderijen, al kwamen die in het noordelijk deel van Noordenveld wel voor. In Roden stamde de Winsinghof al uit de 17e eeuw en in de 19e eeuw werd de boerderij uitgebreid met een grote schuur. Hier kwamen in de 19e eeuw bijvoorbeeld ook fraaie boerderijen als De Zulthe en Waaienhof. Huis ter Hansouwe in Peize kreeg in de 19e eeuw ook een grote schuur. In Norg werden in de 17e en 18e eeuw eveneens monumentale boerderijen gebouwd, vooral aan de Esweg en de Steeg. Ook in de kleinere gehuchten verrezen soms forse boerderijen. Het meest opvallend was de bouw van diverse fraaie renteniers- en burgerswoningen, vooral in de nabijheid van de stad Groningen. Te noemen zijn onder meer Bosch in Vaart, Rustica en Heidenheim in Vries. In Eelde en Paterswolde kwamen er fraaie woningen als De Duinen, Vosbergen, De Marsch, Villa Anna, Villa Meta en Huize Weltevreden.
Verder werden in de 19e eeuw diverse molens gebouwd, waarvan er nog een aantal bewaard zijn gebleven. De oudsten zijn De Zwaluw bij Oudemolen (1837) en de zeer fraaie molen Woldzigt te Roderwolde (1852). Verder zijn er nog korenmolens De Hoop en Noordenveld in Norg (1857 en 1878), de Paiser Meul te Peize (1893) en de watermolens/tjaskers in het Meestersveen en het Bolleveen, beide bij Zeijen (uit 1893 en 2001!).

Actuele vraagstukken

De meeste dorpskernen stralen nog een 19e-eeuwse sfeer uit, vooral met de brinken van Vries en Norg en kleinere kernen als Bunne, Oudemolen en Taarlo. Na de Tweede Wereldoorlog werd Noord-Drenthe ontdekt door toeristen uit geheel Nederland en door forensen uit met name de stad Groningen. Het toerisme resulteerde in een aantal recreatieve voorzieningen, vooral in en rond Norg. De bevolkingsgroei had tot gevolg dat er rond de grotere plaatsen nieuwbouwwijkjes werden gebouwd, in Roden, Eelde-Paterswolde, Peize, Vries en later ook Norg, Tynaarlo en Yde. Recent is er met de wijk Ter Borch zelfs een stukje Groningen grenzend aan Paterswolde in Noord-Drenthe bij gekomen. Tussen Vries en Tynaarlo ontstond het bedrijventerrein Vriezerbrug, terwijl bij Roden het bedrijventerrein Roden plaats aan bedrijven van diverse aard bood. Ten zuiden van Eelde breidde de luchthaven zich voortdurend uit, terwijl ten oosten daarvan de bloemenveiling ’t Noorden gevestigd werd. Ten noorden van Vries werd De Brink gebouwd, een groot zorgcomplex voor mensen met een verstandelijk en zintuiglijke beperking.

In de beekdalen van onder meer het Groote Diep, het Eelder- en Peizerdiep, alsmede langs de Grote Matsloot en het Noord-Willemskanaal liggen voornamelijk veeteeltbedrijven,  terwijl op de zandgronden akkerbouw wordt bedreven. Meer dan 80% van de bedrijven zijn veeteeltbedrijven. Als landbouwgebied wordt het westelijke deel daarom ook wel als het ‘weidegebied van het Noorderveld’ aangeduid. In totaal zijn er ongeveer 500 agrarische bedrijven in dit gebied.

In de jaren vijftig werd begonnen met de ruilverkaveling van het uitgestrekte hoogveengebied het Bunnerveen, in totaal 2800 ha. Slechts enkele delen van het voormalige veen, in totaal ongeveer 70 ha, bleven bewaard. Dit waren het Bongveen bij Bunne, het Langeraarsveen tussen Donderen en Norg en de vijftig Bunder midden in het gebied. De ruilverkavelingen Peize-Bunne en Peizer-Made in de toenmalige gemeenten Eelde, Norg, Peize, Roden en Vries werd in 1978 afgerond. Toen waren er al zeer veel boeren uit het gebied verdwenen. Sinds 1980 begon Natuurmonumenten hier steeds meer grond op te kopen, vooral in de Peizer- en Eeldermaden. Binnen enkele jaren werd het veenweidegebied getransformeerd in een van de belangrijkste natte natuurgebieden van Noord-Nederland. De Peizer- en Eeldermaden werden bovendien aangewezen als noodbergingsgebied bij hoge waterstanden. Sinds 2009 heet het 2500 hectare grote gebied de Onlanden.

De ervaringen met ruilverkavelingen Peize-Bunne en Peizer-Made zorgden er voor dat in de ruilverkaveling Vries (in de toenmalige gemeenten Vries en Assen, 7225 hectare) voorzichtiger omgegaan werd met de overgebleven natuurlijke elementen. Hier was de gebruikssituatie van de kavels zeer versnipperd en daarom werden er anders dan rond Peize-Bunne hier 23 bedrijven verplaatst naar de open ruimte. Tijdens deze ruilverkaveling werd de aandacht voor natuur en milieu steeds groter. Daarom nam de provinciale overheid de houtwallen over, omdat deze anders werden opgeofferd aan de landinrichting. Ten zuiden van Vries bleven bij Heidenheim en ten noorden van deze plaats het Stijfveen als restant van het Hooge Veen bewaard.

Toen de ruilverkaveling landinrichting ging heten was de agrarische ruimte voor een belangrijk deel ook publieke ruimte geworden, met aandacht voor natuur en landschapsbouw. De herinrichting Roden-Norg, in 1982 in gang gezet, was dan ook een goede belangenafweging tussen de agrarische gebruiksruimte en de natuurbescherming. Het werd het eerste landinrichtingsproject dat een compleet stroomgebied besloeg. Het Oostervoortsche Diep en het Groote Diep komen in het noorden samen als Peizerdiep. Vanaf deze diepen en ook de binnenwegen werden langgerekte kavels gecreëerd. In het landinrichtingsgebied bevinden zich ook de natuurgebieden het Mensingerbosch ten zuiden van Roden, de Zuursche Duinen bij Steenbergen en de Langeloër Duinen ten noorden van Norg.

Thema's

De baanverlenging van Eelde

Eind jaren zeventig van de 20ste eeuw werden er plannen gemaakt om de vliegbaan te verlengen tot 500 meter. Als reactie daarop werd de Verenging Omwonenden Luchthaven Eelde opgericht (VOLE). Deze protesteerde tegen de lawaaioverlast en de aantasting van de natuur in de directe omgeving. Later werd als tegenreactie de Vereniging Vrienden van de Luchthaven tot stand gebracht. De laatste verenging benadrukte vaak dat zij autochtone bewoners van Eelde-Paterswolde waren, terwijl de leden van VOLE als nieuwkomers wisten waar ze aan toe waren toen ze naar Eelde verhuisden.
In 1988 werd de naam van het vliegveld gewijzigd in Groninger Airport Eelde. Dit was om de internationale betekenis aan te geven, terwijl voor meeste Nederlanders en buitenlanders Groningen nu eenmaal een bekendere naam was dan Eelde. Er kwamen twee start- en landingbanen van 1500 en 1800 meter. Om grotere liegtuigen te laten landen, wilde de directeur van Groningen Airport Eelde de baan van 1800 meter verlengen naar 2500 meter. Door diverse vooral juridische procedures wist VOLE dat heel lang tegen te houden. In februari 2012 werd echter bekend gemaakt dat ook de laatste bezwaarprocedures waren afgewezen.
Het vliegveld is nooit rendabel geweest. In 2008 waren er 190.000 passagiers naar diverse bestemmingen, vooral in Zuid-Europa. Dat aantal daalde in 2011 naar 148.850 reizigers  en de verwachting is dat dit in 2012 nog verder zal dalen. De directie hoopt echter door de baanverlenging meer bestemmingen en daardoor meer passagiers te genereren.

Regiovisie Groningen-Assen

Regiovisie Groningen-Assen is een samenwerkingsverband tussen de provincies Drenthe en Groningen en de gemeenten Assen, Bedum, Groningen, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Noordenveld, Slochteren, Ten Boer, Tynaarlo, Winsum en Zuidhorn. De achtergrond hiervan was gelegen in het feit dat de landelijke overheid sinds eind 20ste eeuw steeds meer de regie over de ruimtelijke ordening opgaf, zodat regionale ontwikkelingen voortaan meer door provincies en gemeenten konden worden bepaald. Deze regio definieert zichzelf als de economische motor van Noord-Nederland.
Voor handhaving van deze functie werden vier programma’s ontwikkeld, namelijk voor Wonen, Bedrijventerreinen & Economie, Bereikbarheid en Regiopark (natuur en landschap). In de Regio Groningen-Assen worden in ruimtelijk opzicht wonen, werken en mobiliteit gebundeld in de T-structuur. Dit is de verticale lijn Groningen-Assen (A28), die het deelgebied Noordenveld doorsnijdt, en de horizontale as Leek-Roden en Hoogezand-Sappemeer. De verstedelijking wordt geconcentreerd in de steden Groningen, Assen en de kernen Leek-Roden en Hoogezand-Sappemeer. Daarmee wordt zoveel mogelijk verstedelijking in het landelijk gebied voorkomen, waardoor waardevolle en kwetsbare landschappen worden gepaard. Door de gebundelde bouw van woningen, kan ook de vervoersstroom beïnvloed worden. In de Regiovisie Groningen-Assen wordt daarom gewerkt aan een klein aantal hoogwaardige vervoersassen tussen de stedelijke centra. Onderdeel hiervan is het OV-netwerk Kolibri. Het huidige convenant is ondertekend in 2004 en loopt tot 2030.  

Nationaal Park De Drentsche Aa

Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap Drentsche Aa

Het beekdal van de Drentsche Aa doorsnijdt het oosten van het deelgebied Noordenveld. Het is het meest gave laagland-bekestelsel van Nederland en beslaat een oppervlakte van ca. 30.000 ha. De Drentsche Aa vindt zijn oorsprong op het Zwiggelterveld, ruim 16 m +N.A.P. en stroomt 28 km noordwaarts. Bij de Witte Molen in de Glimmerpolder mondt de beek uit in het Noord-Willemskanaal, op een hoogte van 0.65 m + N.A.P. De beek wordt telkens genoemd naar het dorp waar hij langs stroomt en de Drentsche Aa heet daarom van zuid naar noord respectievelijk Amerdiep, Deurzerdiep, Loonerdiep, Taarloosche Diep, Oudemolense Diep, Schipborgerdiep, Westerdiep en dan eindelijk Drentsche Aa.
Het gebied stond al lang op de nominatie om tot Nationaal Park te worden verklaard, zoals het Drents-Friese Wold en het Dwingeloërveld. Omdat in het stroomgebied zestien dorpen en gehuchten liggen en meer dan de helft uit landbouwgrond bestaat, was een bestemming als Nationaal Park in traditionele zijn (voornamelijk natuurgebied) niet mogelijk. Daarom werd speciaal voor het stroomdallandschap van de Drentsche Aa een Nationaal Park met ‘verbrede doelstelling’ gecreëerd, waarbij natuurterreinen, landbouwgronden, houtwallen en bosterreinen werden geïntegreerd. Dit werd in 2002 het Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap Drentsche Aa, met als grenzen ruwweg Assen-Gieten-Glimmen. Dit betrof 10.000 hectare. In 2007 werd vervolgens het Drentsche Aa-gebied uitgeroepen tot Nationaal Landschap met in totaal 34.000 hectare. Het wordt gekenmerkt door de essen, de brinkdorpen, de vrij meanderende beek, de groenlanden in het beekdal en de omringende heide, die nu veelal bebost is. Vooral de gronden die direct aan de diepjes liggen werden door de staat aangekocht.

Literatuur

J. Aukema et al., Leve de landbouw! Een eeuw Noordenveldtentoonstelling 1910-2010. Rolde, 2010

M. Arends-Luinge et al., Uit Eelde’s jongste eeuw: verandering in veelvoud. Assen, 1999

P. Brood (red.), Van Eden tot heden: geschiedenis van het dorp Een. Norg, 2008

H. Bijlsma, Roden en Roon: een wandeling door de geschiedenis. Roden, 2003)

J. Darwinkel et al. (red.), De voormalige gemeente Vries: een verrassend verleden. Rolde, 2004

J. Darwinkel et al., 100 jaar Zeijerveld: de geschiedenis van een ontginning in Drenthe 1997-2007. Vries, 2007

M. Deunk et al., Van Seyen toen naar Zeijen.nu. Zeijen, 2011

M.A.W. Gerding et al. (eindred.), Geschiedenis van Vries. Zuidwolde, 2003

M.A.W. Gerding en G.E. de Vries, Tynaarlo, een gemeente in kaart & beeld: een erfgoedatlas. Zwolle, 2010

B. Hanskamp, Canon van de Drentse Landschapsverkaveling. s.l., 2009

B. Hanskamp, Bewogen ruimte. De ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe. Assen, 2012

Milieuraad Drenthe, De ontwikkeling van de grote landschappelijke eenheid Roden-Norg. Assen, 1984

Pas, G.J. ten, De Heren van Paterswolde. Eelde, 2010

Rijk, J. de, Roden-norg:sociaal-economische verkenning van een landinrichtingsgebied in Drenthe. Den Haag, 1984

C. Schaafsma en M. Arends-Luinge, Een nieuwe kijk op het oude Eelde. Bedum, 1989

C.J.P. Thijn, Uit de historie van Tinaarlo. Haren, 1980