Notice: Trying to get property of non-object in /home/landschap/domains/landschapsgeschiedenis.nl/public_html/deelgebieden.php on line 38
Landschaps Geschiedenis

Foto's

 (Klik op een foto om te vergroten)
Windturbinelandschap
Koehool
Noordmuur Laurentiuskerk Kimswerd
Grutto's op hek
Franeker / Frentsjer, Planetarum
Poartepleats, Achlum
Stelp boerderij bij Boazum
Harlingen, Harns
restant Windmotor
Kanoeten op strand bij Harlingen
Photos provided by Panoramio. Photos are under the copyright of their owners.

Introductie

Auteur: Gerben de Vries 

Deelgebied Westergo is de oorspronkelijke kern van Friesland, met veel klassieke terpdorpen en drie van de elf steden. In de Middeleeuwen was Westergo een eiland, gescheiden door de Middelzee van Oostergo en door de Marne van Zuidwest-Friesland. Dit terpenlandschap veranderde na 1500, toen het grootste deel van de Marne en de Middelzee waren ingepolderd, niet meer wezenlijk van karakter. Het landschap is gestoffeerd met een groot aantal vooral kleinere nederzettingen en veel statige boerderijen in het buitengebied. Heel veel plaatsnamen in Westergo eindigen op –um, of –werd.


In het hart van deelgebied Westergo wordt in de zogenaamde Greidhoek vrijwel uitsluitend veeteelt bedreven.  Aan de westzijde, op de oude kwelderoeverwallen, overheerst evenwel de akkerbouw (de ‘Lytse Bouhoeke’). Ten noorden van de steden Harlingen en Franeker begint op de vroegere kwelderwallen langs de Middelzee de Bouwhoek, die zich over de gehele Friese noordkust uitstrekt. Ook hier overheerst, zoals de naam al zegt, de akkerbouw. Dit gebied ligt boven NAP, terwijl in de Greidhoek de hoogte afneemt tot ca 0,1 tot 1 meter - NAP. In het deelgebied liggen de middelgrote steden Bolsward, Franeker en Harlingen met hun nieuwbouwwijken en industrieterreinen. In het deelgebied liggen geen grote aaneengesloten natuurterreinen.

Deelgebied Westergo wordt in het noordoosten begrensd door deelgebied Het Bildt en in het oosten door de deelgebieden Oostergo en Het Lage Midden. In het zuiden ligt deelgebied De Zuidwesthoek en in het westen de Waddenzee.


Kenmerken en Bijzonderheden

  • Kleiterpenlandschap
  • Kwelderwallenlandschap
  • Terpdorpen
  • Steden (Bolsward, Franeker, Harlingen)
  • Kop-hals-romp boerderijen (veeteelt), kop-romp boerderijen (akkerbouw)
  • Vaarten en Kanalen: Van Harinxmakanaal, Sexbierumer Vaart, Red/Berlikumer Wijd, Witmarsumer Vaart, Harlinger Vaart, Bolswarder Trekvaart, Franekervaart, Sneeker Trekvaart, Sneeker Oudvaart
  • Snelwegen en spoorwegen: A7 (Afsluitdijk, Bolsward-Sneek), A31 (Harlingen-Marssum), spoorwegen Harlingen-Leeuwarden en Leeuwarden-Mantgum-Sneek
  • Natuurgebieden: De Bjirmen (bij de Waddenkust), Slachtedijk, Hegewiersterfild (ten zuiden van Harlingen), Skrins en Skrok (bij Oosterlittens en Oosterend), Lionserpolder (bij Lions en Baard), Filenspolder Witmarsum, Flietsterbosk Witmarsum
  • Stinzen en states: Stinspoort Liauckemastate Sexbierum, stonspoort Groot Deersum, Martenahuis Franeker, Klein Botnia Franeker, Sjaerdema/Cammingha Franeker
  • Dijken: Slachte, Pingjummer Gouden Halsband
  • Doorbraakkolken
  • Beschermde stadsgezichten: Bolsward, Franeker
  • Beschermde dorpsgezichten: Achlum, Dronrijp, Huins, Kimswerd, Lutkewierum, Mantgum, Marssum, Nijland, Oosterlittens, Pingjum, Rien, Schettens, Weidum
De dijk nabij Westhoek (www.toonbeeldbank.nl)
www.toonbeeldbank.nl/ Frans de Vries

Landschapsopbouw

Deelgebied Westergo bestaat uit jonge zeekleigronden, verdeeld in de westelijke Bouwhoek en de kleiweidestreek of Greidhoek. Aan de westkant van het gebied ligt tussen Harlingen en Staveren een kwelderwal, waar heden ten dage net als in de Bouwhoek voornamelijk akkerbouw wordt bedreven. In het grootste, zuidelijke gedeelte wordt vrijwel uitsluitend veeteelt bedreven. De landbouw wordt in het noorden uitgeoefend op regelmatige blokvormige percelen. Ten zuiden van het Van Harinxmakanaal en ten oosten van de kwelderwal aan de Waddenzee/IJsselmeerkust gebeurt dat vooral op onregelmatige, soms blokvormige en soms radiaire precelen. Bij Berlikum en Sexbierum-Pietersbierum en in iets mindere mate Minnertsga en Tzummarum wordt groente en fruit verbouwd, bij de eerste plaatsen ook in de vorm van glastuinbouw. Vaak is in dit gebied sprake van terpensnoeren, zoals Achlum-Tritzum, Harlingen- Herbayum,-Schalsum-Slappeterp, Wynaldum-Dongjum-Berlikum, Tzummarum-Minnertsga en de Bierumen of Bjirmen (Pietersbierum, Sexbierum, Oosterbierum-Firdgum). Het is een gebied met overwegend kleine nederzettingen, met enkele steden Bolsward, Harlingen en Franeker en grotere plaatsen als Witmarsum, Wommels, Dronrijp, Menaldum en Berlikum.

De grenzen van het deelgebied worden in het zuiden gevormd door de A7 van de Afsluitdijk naar Sneek en het eerste deel van de slingerende N354 van Sneek in de richting van Leeuwarden. Even ten westen van deze laatste weg loopt de rechte spoorweg van Sneek over Mantgum naar Leeuwarden. De snelweg A31 doorkruist het gebied van Harlingen langs Franeker naar Leeuwarden. De belangrijkste vaarwegen zijn het Van Harinxmakanaal tussen Harlingen en Leeuwarden en de Sneekertrekvaart of Zwette tussen Sneek en Leeuwarden. Tussen de meeste dorpen liggen kronkelige of genormaliseerde vaarten die vaak nog de tracés van oude prielen volgen. Deze zijn bij de diverse ruilverkavelingen vaak ongemoeid gelaten.

Indeling

Deelgebied Westergo bestaat uit de gemeenten Bolsward, Franekeradeel, Harlingen, Littenseradiel, Menaldumadeel, alsmede een deel van de gemeente Sudwest-Fryslan.  

Westergo behoort tot het Wetterskip Fryslan.

In het Streekplan Fryslan 2007 (‘Om de kwaliteit fan de Romte) behoort deelgebied Westergo tot gebied Noordwest-Fryslân.

Woonkerken

- Gemeente Franekeradeel: Achlum, Boer, Dongjum, Firdgum, Franeker, Herbaijum, Hitzum, Klooster-Lidlum, Oosterbierum, Peins, Pietersbierum, Ried, Schalsum, Sexbierum, Tzum, Tzummarum, Zweins.
- Gemeente Harlingen: Harlingen, Midlum, Wijnaldum.
- Gemeente Littenseradeel: Baard, Baijum, Beers, Bozum, Britswerd, Edens, Hennaard, Hidaard, Hijlaard, Huins, Itens, Jellum, Jorwerd, Kubaard, Lions, Lutkewierum, Mantgum, Oosterend, Oosterlittens, Oosterwierum, Rien, Roodhuis, Spannum, Waaxens, Weidum, Welsrijp, Wieuwerd, Winsum, Wommels.
- Gemeente Menaldumadeel: Beetgum, Beetgumermolen, Berlikum, Blessum, Boksum, Deinum, Engelum, Dronrijp, Marssum, Menaldum, Schingen, Slappeterp, Wier.
- Deel van de gemeente Sudwest-Fryslan: Arum, Bolsward, Burgwerd, Deersum, Goënga, Hartwerd, Hichtum, Kimswerd, Nijland, Pingjum, Schettens, Tirns, Witmarsum, Zurich.


Landschapsgeschiedenis

Geologie

Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (250.000-130.000 jaar geleden) werd geheel Friesland bedekt door dikke lagen ijs. Gletsjertongen schuurden voor het vanuit Scandinavië schuivende ijs brede, ondiepe dalen uit. Een daarvan was de Oer-Boorne, die naar de latere Waddenzee uitstroomde. Rond 8000 jaar v.Chr. begon het huidige geologische tijdperk, het Holoceen. Door de stijgende temperaturen smolten de ijskappen en de zeespiegel steeg. De zee zette in noordelijke en westelijke delen van Friesland kleipakketten af. Een groot deel van dit gebied werd kwelderland, een waddenzee met diepe geulen en zandplaten. De Oer-Boorne, die in deze periode nog wat meer westelijker lag, werd omzoomd door relatief hoog gelegen kwelderwallen. De Greidhoek werd tussen 1500 en 1200 v.Chr. bedekt met een dikke laag zeeklei, doorsneden door veel geulen en prielen.

Vroegste bewoning

Rond de 7e of zelfs de 8e eeuw v.Chr. kwamen vanuit de zandgebieden van Drenthe en misschien Noordwest-Duitsland de eerste bewoners naar de Greidhoek. Hiervan zijn sporen teruggevonden bij de terp van Wommels-Stapert. Door de stijging van de grondwaterspiegel werden zij enige tijd later gedwongen de kwelder- en oeverwallen op te hogen. Zo ontstonden de eerste huisterpen die in veel gevallen uitgroeiden tot dorpsterpen. Een voorbeeld uit de Midden-IJzertijd is de bewoning op de kwelderwal van Menaldum-Dronrijp-Baijum, waar een ongeveer 1.35 meter + NAP hoge terp werd opgeworpen aan de rand van de Oer-Boorne. Aan de overzijde van de Oer-Boorne werd in dezelfde tijd op de kwelderwal van Sopsum-Hitzum-Tzum een 2 meter hoge ‘kernterp’ opgeworpen met zavelige zoden en vervolgens verhoogd.  Vanaf de 2e eeuw v.Chr. volgde bewoning in meer noordelijke richting. Uit deze periode stamt een stuk dijk dat teruggevonden werd in de terp van Peins-Oost bij Franeker. Ook bij het restant van een terp bij Dongjum werd een dijkje gevonden. Dat Westergo een rijk gebied was, werd gestaafd door archeologisch onderzoek van de terp van Wijnaldum. Hierbij werd onder meer een vergulde zilveren fibula uit de 7e eeuw gevonden, met op de kopplaats een afbeelding van de god Wodan/Odin. Het toont aan dat Wijnaldum een belangrijk centrum was, mede door de sporen van ateliers van ambachtslieden als goud- en zilversmeden. Vermeldenswaardig zijn tevens de goudschatten van Wieuwerd  en Dronrijp, beide uit de 7e eeuw. Ook de Muntschat van Pingjum, met Karolingische zilveren munten, stamt uit deze tijd. Dat geldt ook voor het miniatuurzwaard van taxushout met ingekerfde runen, dat bij Arum werd gevonden.

Middeleeuwen (800-1500)

Uit de Romeinse tijd zijn veel archeologische sporen in Westergo teruggevonden, van een Mercuriusbeeldje in Kimswerd tot veel andere voorwerpen. Van de 3e tot de 4e eeuw was een belangrijk deel van het Westergoër terpengebied ontvolkt, gezien het door archeologen geconstateerde bevolkingshiaat. Daarna raakten de meeste oude terpen weer bewoond en werden nieuwe woonheuvels opgeworpen. In Westergo (inclusief het noordelijk deel van deelgebied De Zuidwesthoek) werden in totaal ongeveer 700 huisterpen en terpdorpen van de in totaal 1000 terpen in Friesland bewoond. Rond de terpen werden sloten gegraven om de afwatering te verbeteren. Deze werden in het winterhalfjaar weer bedekt met een sliblaag. Omstreeks het jaar 1000 werden de eerste grotere dijken rond in Westergo aangelegd, lage ringdijken die hooguit een of enkele terpdorpen beveiligde. Dit werden de eiland- of moederpolders. Zij lagen tussen Bolsward en Witmarsum en bij Oosterend, Tzum en Wijnaldum. Bij de geulen en slenken werden primitieve sluisjes gelegd. Er werden steeds meer dijken gelegd en rond 1200 werd geheel Westergo door een aaneensluitende dijk beschermd.

Inmiddels was Friesland en ook deelgebied Westergo gekerstend. Na de Slag op de Boorne (de grens tussen Westergo en Oostergo) in 734 stond Friesland onder Frankisch bewind. De Franken probeerden door middel van missionarissen het noorden te bekeren tot het christelijke geloof. Na de moord op Bonifatius in 754 werd de kerstening van hogerhand doorgezet. In de grotere terpdorpen verrezen de eerste kerkjes, veelal nog van hout. Veel goederen en landerijen werden aan verafgelegen kloosters als Fulda en Werden in de Duitse landen geschonken. Westergo was in die tijd nog een door dijken gefixeerd kwelderlandschap, dat rijk werd door de internationale doorvoerhandel. In de 11e en 12e eeuw werden vervolgens dijken rond geheel Westergo en Oostergo gelegd, dus ook langs de Middelzee. In deze periode werden veel kloosters in Westergo gesticht, vooral aan de randen van het gebied. Te noemen zijn kloosters te Midlum, Lidlum, Pingjum (later Bolsward) en Hartwerd. Omdat Westergo al dicht bevolkt was, hebben zij hier niet zoals in Oostergo veel land ontgonnen. Vanaf de 11e eeuw begon de verstening van de dorpskerken, waarvan er nog veel pareltjes bewaard zijn gebleven.

Door de uitbreiding van de Waddenzee en de Zuiderzee verminderde de toevoer van zeewater naar de Middelzee. Tussen 1200 en 1300 slibden de Marneslenk en de Middelzee van Bolsward tot voorbij Leeuwarden daarom dicht en ontstond een dorp als Nijland ten noordwesten van Sneek. Vervolgens kon de zeeboezem stukje bij beetje worden ingepolderd. Rond 1300 was de Skrédyk tussen Beetgum en Britsum het slotstuk van deze ontwikkeling. Zo werden ten zuiden van deze dijk de Nieuwlanden gevormd en waren Westergo en Oostergo voortaan met elkaar verbonden. Ter bescherming tegen dijkdoorbraken was dwars door het gebied de 42 km lange Slachtedijk tussen Oosterbierum en Raard aangelegd, die fungeerde als slaperdijk.

Friesland was in deze periode een landschap vrij van landheren. Hoofdelingen op stinzen bepaalden de gang van zaken en dat was in deze vetemaatschappij meestal geen vreedzame levensstijl. In vrijwel alle nederzettingen werden één of meerdere stinzen gebouwd. In 1398 werd Friesland veroverd door de graaf van Holland, Albrecht van Beieren. Dat was slechts van korte duur, maar de onafhankelijkheid van het gewest was met de verovering door Albrecht van Saksen in 1498 definitief voorbij.

Nieuwe tijd (1500-1800)

Friesland was in de 16e eeuw een welvarend gewest. Tijdens de beginjaren van De Opstand of de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) lag het enkele decennia lang in de frontlinie, maar deelgebied Westergo ondervond nauwelijks problemen. Toen al waren de gemiddelde agrarische bedrijven bijna 20 hectare groot. Alleen in Barradeel, bij Berlikum, Kimswerd en Pingjum waren de bedrijven wat kleiner, maar juist daar was de tuinbouw van belang. Ten zuiden van de lijn Makkum-Dronrijp was de grond knipklei en daarom vrijwel alleen gebruikt als grasland. De grond werd verbeterd door er een mengsel van terpaarde en stalmest op aan te brengen. Ten noorden van de lijn Makkum-Dronrijp bevat de grond meer zand en wordt zavelig. Op de kwelderruggen langs de Zuiderzee en de Oer-Boorne was lichte klei en zavel afgezet. Deze kalkrijke gronden werden gebruikt voor akkerbouw.

De Middeleeuwse stinzen verloren in de 16e en 17e eeuw hun militaire betekenis. Vele werden omgebouwd tot adellijke woonhuizen of states. De meeste stinzen en states van Friesland stonden in deelgebied Westergo, met een concentratie ten noorden van de lijn Makkum-Bolsward-Sneek. Ook in steden als Bolsward en Franeker (Martenahuis) stonden stinzen en states, terwijl in Harlingen juist de invloed van de adel altijd gering was geweest. De adel domineerde het platteland sterk en in veel dorpen stonden meerdere van dergelijke woonhuizen. Een fraai voorbeeld is het Poptaslot te Marssum. De herenbanken en wapenborden in de kerken zijn stille getuigen van de macht van de adel. Na het verdwijnen van Friese stadhouderlijke hof naar ’s Gravenhage in 1747, vertrok echter een belangrijk deel van de elite naar andere plaatsen in Nederland.

In deze periode kwamen de steden van Westergo tot bloei. Bolsward was met haar trekvaarten naar Leeuwarden en Workum een belangrijk centrum van zuidelijk Westergo, met de nadruk op de handel in zuivel- en landbouwproducten. Als schipperscentrum werd Bolsward evenwel overvleugeld door Harlingen, dat een gunstiger natuurlijke ligging aan zee had. Het had bovendien een goede vaarweg met Franeker en Leeuwarden. Na de aanleg van de Noorder- en Zuiderhaven vervijfvoudigde de stad in oppervlakte, zeker na de komst van vele steen- en pannenbakkerijen en kalkbranderijen. Haar positie werd alleen maar aanzienlijker door de verplaatsing van de Friese Admiraliteit vanuit Dokkum in 1644, waardoor het ook een marinehaven werd. Franeker was al eeuwenlang een van de belangrijkste plaatsen van Friesland. Tijdens de beginjaren van De Opstand werd in 1585 hier in het Kruisherenklooster een universiteit gesticht. De komst van de academie genereerde veel werkgelegenheid in de stad, wat ook tot uiting kwam in de bouw van fraaie huizen en het bestaan van een omvangrijke tuinbouwtak binnen de stad en ook in de omgeving. Tegen 1800 raakte de universiteit echter in verval.  

Moderne tijd (1800-1950)

In tegenstelling tot Holland bleef de economie van Friesland in de eerste helft van de 20ste eeuw bloeien. Dat stond in schril contrast met het verdwijnen van de adel uit Friesland, zeker na de grondwetswijziging van 1848. Vaak behield zij wel de grond, maar lieten in plaats van de afgebroken state een boerderij bouwen. Hierdoor drukten absenteïsme en pacht zwaar op de Friese landbouw. Veel nijverheid verdween naar de stad, maar de echte klap moest nog komen. Westergo was een van die gebieden in Friesland die zwaar door de landbouwcrisis (1878-1895) werden getroffen. Het was allereerst een crisis in de graanteelt, want Nederland kreeg nu in toenemende mate te maken met de concurrentie van goedkoop graan uit de Verenigde Staten en Rusland. Maar ook de traditionele afzet van boter naar Groot-Brittannië en andere landen stagneerde, vooral omdat er op grote schaal geknoeid werd met de kwaliteit van de zuivelproducten. Veel Friezen emigreerden naar onder meer Holland en de Verenigde Staten, anderen degradeerden van kleine boer tot landarbeider. Vooral in Westergo en Oostergo emigreerden bijzonder veel mensen. Ook de steden kregen te maken met crisisverschijnselen. Harlingen moest eind 19e eeuw terrein prijs geven aan de havens van Delfzijl en vooral die in het westen van het land. Ook de aanleg van de spoorweg naar Leeuwarden (1863) en de nieuwe Willemhaven konden het tij niet keren. Franeker verloor haar universiteit, nadat die eerst tussen 1815 en 1843 tot Athenaeum was gedegradeerd.

Toch werd de crisis in de veehouderij uiteindelijk met succes bestreden. In 1879 werd het Friesch Rundveestamboek opgericht, om de kwaliteit van de veestapel te verbeteren. Enkele jaren later volgde vanuit Warga de opmars van de coöperatieve zuivelfabrieken, die een betere kwaliteit boter leverden dan die van de boerderij zelf. In Westergo verrezen vanaf eind 19e eeuw bijna twintig ‘boterfabrieken’: in Achlum, Berlikum, Bolsward, Deinum, Dronrijp, Harlingen, Hilaard, Kimswerd, Lollum, Marssum, Oosterlittens, Sexbierum, Tzum, Tzumarum, Weidum, Wieuwerd, Witmarsum, Wommels. De zuivelfabrieken lagen meestal aan het water, want de melk werd per melkboot aangevoerd. Het was de triomf van de coöperatieve gedachte, waar niet alleen gezamenlijk kunstmest en zaaigoed werd aangekocht, maar ook allerlei coöperatieve verenigingen werden opgericht. Slotstuk was de bouw van coöperatieve boerenleenbanken in de grotere dorpen. Goed voor de landbouw was ook de stichting van de Zuivelschool in Bolsward in 1904. Deze kweekplaats voor directeuren van zuivelfabrieken was lange tijd de enige in Nederland.

Na 1900 werd Friesland en zeker ook Westergo steeds meer een eenzijdig agrarische streek. Het ging de boerenstand voor de wind, zowel de akkerbouw als de veeteelt. De grote economische crisis 1929-1940 was echter opnieuw een zware slag voor de landbouw. Na de bevrijding in 1945 werd van overheidswege geprobeerd de agrarische monocultuur te doorbreken, ten voordele van de industrie. Tussen Harlingen en Leeuwarden werd in 1951 het Van Harinxmakanaal geopend. Harlingen breidde zich vooral in het noorden uit, met nieuwe vissers- en industriehavens. Het waren evenwel vooral Drachten en Heerenveen die zich als nieuwe industriële- en handelscentra aandienden.

Actuele vraagstukken

Ruilverkaveling in Westergo

Na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) werd van overheidswege schaalvergroting in de landbouw nagestreefd, onder meer om de nationale voedselvoorziening veilig te stellen. Ruilverkaveling was daarvoor een nuttig instrument. Door het ruilen van kavels, het vergroten van de percelen, de verbetering van de afwatering en de aanleg van wegen in het buitengebied kon de landbouw veel efficiënter produceren. De rijks- en provinciale overheden gaven over het algemeen dan ook snel toestemming voor een ruilverkaveling. Wel bedongen zij vaak dat een groter gebied onder de ruilverkaveling moest vallen, dan de aanvragers aanvankelijk gewenst hadden. In het deelgebied Westergo bepaalde de grondsoort de verkaveling. Op en bij de kwelderwallen in het noorden was een regelmatige blokverkaveling ontstaan, een belangrijk pluspunt voor de aldaar bestaande akkerbouw. In de lager gelegen delen van zuidelijk Westergo was de afwatering altijd een groter probleem geweest. Er werd gebruik gemaakt van kreken en geulen, aangevuld met sloten. Dit leidde tot kleinschalige, onregelmatige blokverkavelingen, met binnen de percelen soms nog kleine hoogteverschillen. Het gebied wordt doorsneden door grillige vaarten en eveneens bochtige slaperdijken en - dijkjes.
 
In deelgebied Westergo werden uiteindelijk vijf grote ruilverkavelingen uitgevoerd. ‘Zuiderpolder’ was in 1966 de eerste ruilverkaveling die werd aangenomen. Het gebied besloeg een grootte van 2080 hectare en de gronden lagen in de gemeenten Franeker, Franekeradeel, Baarderadeel en Hennaarderadeel. De werkzaamheden werden in 1984 afgesloten. De twee jaar later gestarte ruilverkaveling ‘Berlikum’ besloeg al een veel groter grondgebied, te weten 4285 hectare. De kavelruil, grondverbetering en infrastructurele ontsluitingen van het buitengebied in de gemeenten Menaldumadeel, Barradeel, Franekeradeel en een heel klein stukje Het Bildt waren vijftien jaar later zo goed als afgerond. De plaats Berlikum zelf kreeg in het kader van de ruilverkaveling een 7 ha groot Hemmemapark, op de plaats van een vroegere state. Belangrijk was begin jaren tachtig dat in beschermde terpdorpen geen sloten meer mochten worden gedempt of nieuwe gegraven. Het ging daarbij onder meer op de terpensnoeren Wijnaldum-Voorrrijp, Dongjum-Berlikum, Tzummarum-Minnertsga en Schalsum-Slappeterp.

Ook de terpenreeks van De Bjirmen (Pieterburum, Sexbierum, Oosterbierum) viel onder deze beschermende bepaling. Laatstgenoemde dorpen lagen – net als de terpen van Wijnaldum-Voorrijp trouwens - in ruilverkaveling ‘De Bjirmen’, die in 1973 werd goedgekeurd. Hij was alweer veel groter dan de vorige, te weten 8550 hectare, en lag in de gemeenten Baarderadeel, Menaldumadeel, Franeker, Franekeradeel en Harlingen. In het kader van de ruilverkaveling werd ook de strijd tegen de verzilting aangepakt. In 1975 werd begonnen en in december 1990 was de operatie klaar. De totale kosten bedroegen ruim 48 miljoen gulden, waarvan iets minder dan een kwart voor rekening van de belanghebbenden kwam. In het kader van de ruilverkaveling ontstond ook het stadsbos ten noorden van Franeker van 18 hectare. Ook bij deze ruilverkaveling waren de plannen voor beplanting aanvankelijk veel hoger. Van de beraamde 130 hectare nieuw bos werd slechts 70 hectare gerealiseerd, maar dat was ongeveer het gemiddelde bij Friese ruilverkavelingen van deze omvang.

Ten zuiden van de lijn Harlingen-Franeker-Leeuwarden vonden in deelgebied Westergo twee grote ruilverkavelingen plaats. In 1972 werd het fiat gegeven aan ruilverkaveling ‘Wonseradeel-Noord’. De 8300 hectare lagen in de gemeenten Bolsward, Harlingen, Franeker, Franekeradeel, Hennaarderadeel en natuurlijk Wonseradeel. Hier, op de grens van de Bouwhoek en de Greidhoek, was de afwatering slecht, met hoge grondwaterstanden in de winter. Daarom werden er nieuwe gemalen gebouwd. De ruilverkaveling zelf zorgde vooral voor grotere kavels, al werden bleef op veel plaatsen de grillige perceelvormen bestaan. De oudste dijk van Friesland, de Pingjumer Gouden Halsband, bleef bestaan, net als de terpen en andere landschapselementen. Aan de rand van dorpskernen werden kleine bospartijen aangelegd, zoals het Flietsterboksje bij Witmarsum. Van de geplande 40 hectare werd hier slechts 12 hectare gerealiseerd. Natuurmonumenten beheert nu ten zuiden van Harlingen het plas-drasgebied Hegewiersterfjild, een in de Middeleeuwen ingedijkte kwelder.

De ruilverkaveling ‘Wommels’ tenslotte werd in 1984 aangenomen. De grootte is 8200 hectare en het ligt in de gemeenten Littenseradeel, Wonseradeel, Franekeradeel, Bolsward en Wijmbritseradeel. In dit kleiweidegebied bestond de grond grotendeels uit knipklei en er rees al snel twijfel aan de vraag of zeer grote investeringen hier ooit rendabel zouden worden. Bovendien kwamen er botsingen tussen de natuurorganisaties en verontruste boeren. Van de geplande 650 hectare natuurgebied werd mede daarom slechts 150 hectare gerealiseerd. De landinrichting werd in 2002 afgesloten en kostte in totaal 110 miljoen gulden. Sinds 1986 werden 50 kilometer wegen verbeterd, 11 kilometer fietspaden aangelegd, 73 nieuwe gemalen gebouwd en tientallen kilometers boezemwater gebaggerd. Er werden ook twee vogelreservaten beschermd, Skrins (een plas van 100 ha met zout kwelwater) en Skrok (met vogelkijkhut), beide ten noordoosten van Wommels. In het algemeen was deelgebied Westergo door de landinrichtingsprojecten in landschappelijk opzicht veel minder sterk veranderd dan bijvoorbeeld Oostergo.

Stads- en dorpsuitbreidingen

Niet alleen de diverse ruilverkavelingen veranderden het gezicht van deelgebied. Vooral de uitbreidingen van dorpen en vooral steden met nieuwbouwwijken en – wijkjes transformeerden Westergo van een sterk plattelands- naar een min of meer verstedelijkt gebied. Dat gold vanzelfsprekend niet voor de talloze kleine dorpjes en gehuchten die met name in centraal en oostelijk Westergo liggen. Zij kregen nauwelijks ruimte uit te breiden. In grotere plaatsen als Sexbierum, Minnertsga, Tzummarum, Berlikum, Menaldum, Marssum en Dronrijp in het noordelijke deel van Westergo verrezen vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw nieuwbouwwijkjes in alle richtingen. In het zuiden was dat met Witmarsum en Wommels eveneens het geval, en in iets mindere mate in Tzum, Winsum en Mantgum.

De grootste uitbreidingen vonden vanzelfsprekend plaats in de middelgrote steden Harlingen, Franeker en Bolsward. Het betrof hier niet alleen de woon- maar ook de werkfuncties. Zo kreeg Bolsward in de loop van de 20ste eeuw de industrieterreinen De Klokslag, De Ward, De Marne, Industriepark en De Wijmerts, ten westen en noorden van de stad. Nieuwe woonwijken als de Fûgelkrite en Hartwerdervaart verrezen ten noorden van het centrum. Harlingen is de haven van Friesland, zowel als overslaghaven als veerdiensthaven. Vandaar dat de stad maar liefst tien havens kent: de Oude Buitenhaven, Het Dok (voorheen Willemshaven), de Noorderhaven, de Zuiderhaven, de Nieuwe Willemshaven, de Vluchthaven, de Industriehaven, de Nieuwe Industriehaven, de Nieuwe Vissershaven en Haven Oostpoort. Los daarvan zijn er in het noordoosteen de industrieterreinen Hermes en Oostpoort gevestigd en in het oosten de Koningsbuurt. In het zuiden en oosten liggen op hun beurt de nieuwbouwwijken het Oosterpark, Groot Ropens, Bynia State en het nieuwbouwplan Ludinga. Franeker, met 13.000 inwoners, is meer een woonstad. In 1984 werden de gemeenten Franeker en Franekeradeel en een deel van Barradeel samengevoegd tot de gemeente Franekeradeel. De industrieterreinen liggen alle aan het Van Harinxmakanaal. Nieuwe woonwijken werden vrij ver van het centrum geprojecteerd, zoals ’t War in het westen en Het Want in het noorden. Los van de stad staat in het oosten de wijk Arkens en in het zuiden Franeker Zuid. Aan de overzijde van het kanaal ligt dan nog Franeker Oost.

Thema's

Slachtedijk

De Slachte(dijk) is een bijna 42 kilometer lange slaperdijk, die kronkelend dwars door Westergo slingert. De dijk begint bij de Waddendijk tussen Sexbierum en Oosterbierum, loopt tussen Harlingen en Franeker naar het zuiden. Hij gaat verder langs Achlum en gaat dan met een scherpe bocht oostwaarts, om even verderop naar het zuiden af te slaan. Tussen Lollum en Kubaard gaat de hier Slagtedijk geheten dijk verder, zuidelijk van Wommels en dan langs Lutkewierum en Bozum naar Raerd (Rauwerd). De dijk werd in de Middeleeuwen aangelegd tegen de dreiging van de Middelzee, misschien in de 13e eeuw, als een serie dorps- en stadsdijken. Het begon met de aanleg van dijken rond de ‘moederpolders’ bij Witmarsum, Bolsward, Burgwerd, Tzum en Wijnaldum. Hier sloten dijken bij Franeker, Tzum-oost, Wommels-Kubaard en Arum-Witmarsum bij aan en zo werd een aaneensluitende binnendijk gecreëerd. De vijf betreffende grietenijen en de magistraat van Franeker voerden beurtelings het beheer. In 1825 functioneerde de Slachtedijk voor de laatste maal als waterkering, nu tegen een overstroming uit het zuiden die een groot deel van Friesland onder water zette. Het beheer over de Slachtedijk werd in 1868 overgenomen door het zeewerende waterschap Vijfdelen Zeedijken Binnendijks.
Tot in de 20ste eeuw bleef de Slachtedijk een officiële noodwaterkering of slaperdijk. In 1975 werden alle Friese zeedijken in het kader van het Deltaplan op de voorgeschreven hoogte van 8 meter + N.A.P. gebracht. De functie van de Slachtedijk, met een hoogte van slechts 1.60 meter + N.A.P., was daarmee vervallen. In 1987 werd bij Sexbierum in het noordelijkste deel van de Slachtedijk het eerste windmolenpark van Nederland gerealiseerd, de Bjirmen. In 2000 werd het beheer van de dijk van het waterschap Marne en Middelsee (een van de voorlopers van het huidige Wetterskip Fryslan van 2004) vanwege de grote cultuurhistorische en landschappelijke waarde overgenomen door It Fryske Gea. In datzelfde jaar 2000 werd tijdens de grote manifestatie Simmer 2000 (een reünie voor alle vroegere Friese emigranten) voor de eerste maal de Slachtemarathon gelopen. De dijk was tevens een cultuurhistorisch podium voor musici en theatergroepen. De marathon wordt sindsdien elke vier jaar georganiseerd.

Verzilting

Verzilting is in Friesland al een oud probleem. Het wordt veroorzaakt door zoute kwel, waarbij het nog aanwezige zoute zeewater uit de ondergrond opwelt. Dit gebeurt meestal door verschillen in waterpeil, zoals bij zeedijken. Voor de afsluiting van de Zuiderzee was met name de laaggelegen Zuidwesthoek tijdens de lage boezemwaterstanden in de zomer zeer gevoelig voor de verzilting. Na de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 bestond de mogelijkheid de Zuidwest-Friese boezem aan te vullen met zoet water. In Noordwest-Friesland was dat door de zoute Waddenzee niet te realiseren. De infiltratie van kwel was daarbij in de eerste plaats schadelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. In 1972 en 1973 werden twee gemalen van het waterschap Noardlik Westergoa, het H.G. Miedema-gemaal bij Zwarte Haan (Het Bildt) en het Roptagemaal bij Harlingen in werking gesteld. Delen van dit waterschap werden vervolgens afgesloten van de Friese boezem en waterden op de Waddenzee af.

De ruilverkavelingen vergrootten later onbedoeld de problemen van verzilting. De diepe ontwatering ten behoeve van de akkerbouw in Noordwest-Friesland trekt zout grondwater aan. Het probleem werd verergerd doordat in 2002 het bedrijf Frisia Zout BV uit Harlingen vergunning voor zoutwinning uit de ondergrond kreeg. Er werd zout geboord uit twee putten bij Tzummarum en Oosterbierum, op een diepte van 2600 meter. Vooral van landbouwzijde werd fel protest aangetekend, omdat door de zoutwinning de bodem zou dalen. Dit zou een verdere verzilting van de bodem met zich mee brengen. De actiegroep ‘Laat het zout maar zitten’ verloor in 2005 een kort geding tegen Frisia Zout BV. Die had juist het jaar daarvoor opnieuw een vergunning gekregen op basis van de nieuwe Mijnwet.

Het verzet tegen de zoutwinning en daarmee de gevreesde verdere verzilting werd daarna gecoördineerd. De Boerenorganisaties LTO van Franekeradeel/Harlingen en Het Bildt/Menameradiel, de Dorpsbelangen van de gemeenten Franekeradeel, Het Bildt en Menameradiel en die van Wijnaldum en Schingen/Slappeterp verbonden zich met de Wergroep ‘Zout is Fout’. Onder de laatste naam werd ook een eigen website geopend. Provinciale Staten van Friesland alsmede de gemeenteraden van Het Bildt, Franekeradeel, Harlingen en Menaldumadeel willen dat de zoutwinning in Noordwest-Friesland per 2015 beëindigd zou worden. Midden 2011 kreeg Frisia Zout vergunning voor de winning van zout onder de Waddenzee, ongeveer drie km uit de kust bij Harlingen. Het ministerie van Economische Zaken stelde daarbij wel dat flora en fauna van de Waddenzee geen schade mogen ondervinden. Deze zoutwinning zou in 2017 van start kunnen gaan, waarna die in het kustgebied gestaakt kan worden.

Literatuur

R. Algra-Alkema en F. Homminga, Berlikum, beeld van een dorp. Berlikum 2000.
O. Anema, Arum yn foto's. Oosterend 1978.
H.A.M. Andela, Bolsward, van handelstad naar Hanzestad. Bolsward 1988.
A. Baarda en D.S. de Vries, Menaldum Menaldum 2000.
L. Baarda, Van Borghwarth tot Burgwerd. Burgwerd 2006.
A. Bakker-van Popta, Pingjum vanaf het begin. Pingjum 1988.
T. van Beets, Ta bihâld fan âld Wytmarsum. Witmarsum 1984.
A. Bergsma-Hofstra, Hitzum, de geschiedenis ontmaskerd. Hitzum 2000.
M.L. de Boer, Easterein. Oosterend ,1995.
T. de Boer, Kûbaard, doe en no. Kubaard 1987.
B. Boersma, "In goede set": ruilverkaveling Wommels. Wommels 2002.
A.W. Bokma en H.W. Kuipers, Wommels by âlds: in kuier troch de tiid. Wommels 1985.
J. Bosma, Doarpsmienskip Mantgum 1960-2010: 50 jaar geschiedenis over Lyts Kanaän. Mantgum 2010.
J.J. Bijlsma, Baard : een blik door de eeuwen heen. Baard 2007.
A. Carmiggelt, Van Middelzee tot Bildt: landaanwinning in Fryslân in de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Amersfoort 2000.     
A. Carmiggelt, De 'Koningsterp' van Wijnaldum: de Friese elite in de vroege Middeleeuwen. Amersfoort 2000.
D. Hartsema, Menaldumadeel, 2000 jaar leven in een Friese grietenij. (Buitenpost 1981).
J.H. Dijkstra, 100 jaar Coöperatieve Zuivelfabriek Dronrijp, MDCCCXCII-1992. Leeuwarden 1992.
O. Faber, Hilaard, Hoptille, hûzen, histoarje. Hilaard 1990.
D. Gerbens, Boksum foar de Lins: 15 jier histoaryske wurkgroep Boksum foar de Lins, 1988-2003. Boksum 2003.
H. Halbertsma, Klooster Thabor bij Tirns, zijn stichter Rienck Bockema en de heerscappie van Sneek. Tirn,s 1995.
IJ. Heijnis, Boazum. Bozum, 2000.
A. Hitzert, Op weg naar Wiuwert en Britswert. Wieuwerd, 2000.
G. Hoekstra, Winsum 1900-2000: in byld fan in doarp. Winsum, 2000.
S. ten Hoeve, Uit het verleden van Nijland = Ut it forline fan Nijlân. Nijland, 1980.
S. ten Hoeve, Epemastate en de kerk te Ysbrechtum. Leeuwarden, 1989.
U. Hosper, P. Karstkarel en S. van der Woude, De Slachte. De oude dijk, de geschiedenis, de landschappen, de dorpen, de marathon. Leeuwarden, 2001.
K.J. Huisman, Penjumer Halsbân. Leeuwarden, 1994 (Pingjumer Gouden Halsband).
J.J. Huizinga et al., Harlingen, bijdragen tot de geschiedenis van de laatste twee eeuwen. Leeuwarden, 1989.
G.T. Jensma et al., Universiteit te Franeker 1585-1811 : bijdragen tot de geschiedenis van de Friese Hogeschool. Leeuwarden, 1985.
P. Karstkarel, Cultuurhistorische tochten door Noordwest-Friesland. Leeuwarden, 1999.
T.A. Kingma, In slach om troch âld Bitgum en Bitgummole. Leeuwarden, 1991.
H. Kingmans, Een adelspad in Marssum. Leeuwarden, 1987.
R. Koldijk, Dearsum. Deersum, 2000.
S. Kooistra-De Boer, Hartwert troch de jierren hinne. Hartwerd, 1998.
H.M. Kreger, De geschiedenis van Franeker en omgeving. Leeuwarden, 1993.
H.M. Kreger, Beeld van oud-Herbaijum, Kie en Kiesterzijl. Herbaijum, 1982.
H.M. Kreger, Beeld van oud-Tzum: een beschrijving met illustraties en kaarten van het dorp Tzum vanaf halverwege de negentiende eeuw. Franeker, 2006.
H.G. Koustra, ‘De Bjirmen’: Pietersbierum, Sexbierum en Oosterbierum. Leeuwarden, 1995.
J. Kullberg, Bolsward, gebouwd op terpen. Utrecht, 1992.
G.J. de Langen, De terpenreeks Boer-Ried-Berlikum (groep 15C), gemeenten Franekeradeel en Menaldumaldeel: waarderend archeologisch onderzoek. Amsterdam, 1997.
G.J. de Langen, De terpenreeks Lidlum-Tzummarum-Minnertsga (groep 14B), gemeenten Franekeradeel en Het Bildt: waarderend archeologisch onderzoek. Amsterdam, 1998.
G.J. de Langen, De terpen in het Westergose knipkleigebied van Littenseradiel-Oost en Menaldumadeel (groep 20E), gemeenten Littenseradiel en Menaldumadeel: waarderend archeologisch onderzoek. Amsterdam, 2000.
G.J. de Langen, De terpen in het Westergose knipkleigebied rondom Wommels (groep 20D), gemeenten Franekeradeel, Littenseradiel en Wûnseradiel: waarderend archeologisch onderzoek. Amsterdam, 2000.
G.L. Mak, Hoe God verdween uit Jorwerd: een Nederlands dorp in de twintigste eeuw. Amsterdam, 1996.
D.J. van der Meer, Boerderijenboek Hennaarderadeel 1511-1698: archivalische gegevens over de stemdragende boerderijen, hun eigenaars en gebruikers in de twaalf dorpen van de grietenij Hennaarderadeel. Leeuwarden, 2000.
H. van der Meer, Goaiingea: it ferhaal fan in doarp: 50 jier Doarpsbelang Goaiingea. Goenga, 1995.
P.L.G. van der Meer, Opkomst en ûndergong fan in boerebedriuw ûnder Achlum : de famylje Hibma, 1697-1824. Leeuwarden, 2001.
J.A. Mol, Prekadastrale atlas fan Fryslân: de pleatsen fan 1700 en 1640 neffens de floreen- en stimkohieren, Dl. 4: Frjentsjerteradiel en Frjentsjer. Leeuwarden, 1990.
J.A. Mol, Prekadastrale atlas fan Fryslân: de pleatsen fan 1700 en 1640 neffens de floreen- en stimkohieren; Dl. 8: Hinnaarderadiel. Leeuwarden, 1994.
J.A. Mol, Prekadastrale atlas fan Fryslân: de pleatsen fan 1700 en 1640 neffens de floreen- en stimkohieren; Dl. 9: Wûnseradiel noard en Boalsert. Leeuwarden, 1999.
J.A. Mol en P. Noomen, Prekadastrale atlas fan Fryslân: de pleatsen fan 1700 en 1640 neffens de floreen- en stimkohieren; Dl. 13: Menameradiel. Leeuwarden, 1990.
F.H.S. Monsma, Boerderijenboek van Hennaard. Zaandam, 1991.
R.L.P. Mulder-Radetzky en B.H. de Vries, ‘Groot Terhorne’ te Beetgum: ‘Een der schoonste buitengoederen van dit gewest’. Alphen aan de Rijn, 1984.
R.L.P. Mulder-Radetzky, Weidum, dorp van staten: geschiedenis van de bezittingen van de familie Buma. Alphen aan de Rijn, 1994.
H. Oldenhof, In brege dy't bliuwt: oer de skiednis fan de parochy Easterwierrum. Leeuwarden, 1978.
J. Oostra, Uit de geschiedenis van Oosterlittens; toponymy fan Easterlittens. Drachten, 1985.
R.J. Politiek, Kimswerd, Fryslân. Kimswerd, 2006.
D.Th. Reitsma, Geschiedenis van het Heere Godfrieds- of Sint Jansleen en het daarmede verbonden Heere Gerrits- of Klein Leen onder Ried en Burgwerd. Franeker, 2012.
Rijksdienst Monumentenzorg, Oosterend, gemeente Littenseradiel : toelichting bij het besluit tot aanwijzing van de kom van Oosterend als beschermd dorpsgezicht. Zeist, 1988.
T. Santema, Skiednis fan Skearnegoutum. Oosterend, 1991 (Scharnegoutum).
L. Spijksma, Skettens en Longerhou bliuwe: "in stikje fan ús libben". Schettens, 1999.
R. Swierstra, Uit en rond de historie van het Friese dorp Beers. Bloemendaal, 1966.
Werkgroep Deinum, Deinum, plaatsjes fan doe en no. Deinum, 2005.
J.H.P. van der Vaart, Kadastrale atlas fan Fryslân 1832; Dl. 8: Hinnaarderadiel: de kadastrale gemeenten Oosterend en Wommels. Leeuwarden, 1994.
Vereniging Oud Harlingen, Harlingen mien stadsje. serie tussen 1970 en 2011.
J. van der Wal, Dìt is Harlingen. Harlingen, 2009.
W.B. Waldus et al., Tussen veengebied en Middelzee: een geo-archeologisch onderzoek bij Scharnegoutum. Amersfoort, 2005.
M. Wiegersma, Baerderadiel: in geakunde. Leeuwarden, 1977 (2e druk).
D. Zwart. Oosterbierum door de eeuwen heen. Minnertsga, 2000.
D. Zwart, Oantinkens oan Minnertsgea. Minnertsga, 2006.

Organisaties en Links

www.franekeradeel.nl

 www.harlingen.nl

 www.gemeentesudwestfryslan.nl

 www.gaasterlan-sleat.nl

 www.hetbildt.nl (alleen Minnertsga)

 www.menaldumadeel.nl

 www.littenseradiel.nl

 www.bolsward.com

 www.franeker.nl

 www.vriendenfraneker.nl (historische vereniging)

 www.stichtingbolswardshistorie.nl

 www.oud-harlingen.nl

 www.hannemahuis,nl (inclusief Werkgroep Stadshistorie Harlingen)

 www.minnertsga.org

 www.berlikum.com

 www.tzummarum-firdgum.nl

 www.oudtzummarum.nl

 www.dorpjeried.nl (Ried)

 www.menaldumdorp.nl

 www.bitgum.nl (Beetgum)

 www.bitgummole.nl (Beetgumermolen)

 www.engelum.com

 www.marssum.info

 www.deinumdorp.nl

 www.boksum.com

 www.hilaard.nl

 www.dronrijp.com

 www.schingen-slappeterp.nl

 www.peins.info

 www.plaatsengids.nl/zweins

 www.hitzum.com

 www.dongjum-boer.nl

 www.oosterbierum.info

 www.sexbierum-pietersbierum.nl

 www.herbayum.nl

 www.winaam.nl (Wijnaldum)

 www.midluminfo.nl

 www.kimswerd.com

 www.dorppingjum.nl

 www.zurich-friesland.nl

 www.achlum.info

 www.arum-friesland.nl

 www.witmarsum.com

 www.tsjom.nl (Tzum)

 www.lollum-waaksens.nl

 www.kubaarddorp.nl

 www.spannum-edens.nl

 www.wommels.nl

 www.winsumfrl.nl (Winsum-Friesland)

 www.huins-lions.nl

 www.baard-frl.nl

 www.easterlittens.nl (Oosterlittens)

 www.britswert.nl

 www.wieuwerd.nl

 www.easterwierrum.nl (Oosterwierrum)

 www.mantgum.com(binnenkort)

 www.jorwert.nl

 www.iepenloftspuljorwert.nl

 www.weidum.eu

 www.uniastatebears.nl (Baars)

 www.oudbozum.nl

 www.boazum.nl

 www.dearsum

 www.skearnegoutum.nl (Scharnegoutum)

 www.goaiingea.nl (Goënga)

 www.turns.nl (Tirns)

 www.reahus.nl (Roodhuis)

 www.lytsewieerum.nl (Lutkewierum)

 www.easterein.nl (Oosterend)

 www.hinnaard.nl

 www.ysbrechtum.com

 www.oranjenijland.nl

 www.plaatsengids.nl/hartwerd

 www.burgwerd-hichtum.nl

 www.schettens-longerhouw.nl

 www.kazemattenmuseum.nl (Kornwerderzand)

 www.jabikspaad.nl (over pelgrimsroute St Jacobiparochie-Hasselt, met historische informatie over onder meer de dorpen in deelgebied Oostergo)

ww.frieslandwonderland.nl (veel informatie en foto’s, ook over de kleinste gehuchten)